Met een vaccinatie (inenting) wordt de ziekteverwekker in een aangepaste vorm toegediend, het afweersysteem van de kat gaat dan antistoffen maken om  de ziekteverwekker te bestrijden. Katten worden gedurende hun leven blootgesteld aan diverse ziekten, maar zijn hiervoor gevoeliger in de eerste zes levensmaanden, op oudere leeftijd (vanaf 8 jaar) en wanneer hun weerstand verminderd is.

Katten kunnen besmet raken door :
- onderling contact : bijten, likken en snuffelen.
- via de kleding en handen van mensen.
- via de lucht : niezen en hoesten.
- via de omgeving : vloer, etensbakjes enz.
Ook katten die niet buiten komen kunnen besmet raken door hun eigenaar of visite, ook wanneer u naar de dierenarts moet voor iets anders dan een enting kunt u in de wachtkamer besmette katten tegenkomen.

Een jaarlijkse enting van een moederdier bevordert de overdracht van antistoffen in de baarmoeder en via de moedermelk, maar is geen vervanging van het enten van haar kittens. Katten worden meestal voor het eerst geënt als ze negen weken oud zijn, de afweerstoffen die ze via de moedermelk binnen krijgen moeten eerst uit het lichaam zijn. Er bestaan levende en dode vaccins. De meningen van dierenartsen over het enten tegen bepaalde ziekten en het herhalingsschema van entingen zijn verdeeld, Wanneer uw kat naar een show gaat, een kattenopvang, of het buitenland zijn entingen verplicht en de geldigheidsduur van de enting mag niet verstreken zijn. Als u uw kat goed wilt beschermen in het buitenland, kan het zijn dat er meer nodig is dan enten. Het is verstandig om ruim voor vertrek naar het buitenland, of plaatsing in een kattenopvang, contact op te nemen met uw dierenarts.
Wanneer een kat geënt is, kan hij toch besmet worden met het virus waarvoor hij geënt is en ziek worden. Dit kan voorkomen als de weerstand van de kat op dat moment te laag is, of er veel virussen en bacteriën aanwezig zijn. De ziekte komt dan in mildere vorm voor en uw kat zal, eventueel met ondersteuning van medicatie, goed te behandelen zijn. Ernstige bijwerkingen als gevolg van een enting komen zeer zelden voor, maar het zal uw kat maar zijn waarbij het voorkomt. Wat vaker gezien wordt na een enting is een bult op de plaats van de enting en een enkele keer is een kat allergisch voor de entstof en is een tegenenting noodzakelijk. Neem bij twijfel altijd direct contact op met uw dierenarts.
Wanneer uw kat tijdelijk ziek is, is het aan te raden om het enten uit te stellen. Bij een chronische ziekte ( die stabiel is ), is in de meeste gevallen enten wel aan te raden, overleg hierover met uw dierenarts.

Levende vaccins.
Hierin zit het levende virus in een dusdanige veranderde vorm, dat het lichaam antistoffen gaat aanmaken tegen het virus. Uw kat kan wat sloom worden, maar neem meteen contact op met de dierenarts als hij benauwd wordt, andere ziekteverschijnselen heeft, of als u daarover twijfelt. De vermeerdering van vaccindeeltjes bij het ingespoten dier, is het grootste voordeel van levende vaccins. Hierdoor treedt een betere bescherming op in vergelijking met een dood vaccin. Het nadeel is dat de ziekteverschijnselen in milde mate kunnen verschijnen, je noemt dat een ent- doorbraak.

Dode vaccins.
De bereiding van het virus gebeurt door vermeerdering van het virus, gevolgd door een behandeling die alle aanwezige virussen doodt. Er wordt een conserveermiddel en een extra afweer prikkelende stof toegevoegd. Een dode entstof moet in de meeste gevallen twee keer gegeven worden in drie weken. 
De voordelen van een dood vaccin zijn : minder kans op bijwerkingen en ziek worden.

Verschillende ziekten, waartegen geënt wordt:

Niesziekte.
Je spreekt over een niesziektecomplex, omdat meerdere virussen een rol kunnen spelen. Een breed scala aan symptomen is mogelijk: sloom zijn, niezen, oogontsteking, speekselen, ooguitvloeiing, snotneus, zweertjes in de bek, hoesten, longontsteking en kreupelheid. Het virus wordt door niezende katten verspreid en belandt met de druppeltjes vocht in de lucht. Met name op plekken waar veel katten bij elkaar komen, verspreidt niesziekte zich hierdoor snel. Ook kan niesziekte via de kleding van de eigenaar of visite worden overgedragen, of eigenlijk via alles waar het besmette vocht/snot op is gaan zitten, zoals kleedjes of (reis)manden.

Kattenziekte.
Kattenziekte is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Katten kunnen besmet worden met kattenziekte door direct contact met een besmette kat of via indirect contact bijv. door kleding en schoeisel van mensen. Aangezien het virus jarenlang in de omgeving kan overleven en het een zeer agressief virus betreft, is kattenziekte een uiterst besmettelijke en vaak dodelijke ziekte. Kattenziekte kan op alle leeftijden voorkomen, kittens kunnen al in de baarmoeder besmet raken. Echter, vaccinatie tegen kattenziekte veroorzaakt een langdurige en sterke bescherming, waardoor het virus eigenlijk alleen vrij spel heeft bij katten die niet gevaccineerd zijn.Twee tot zes dagen nadat een gevoelige kat met het virus in aanraking is gekomen wordt het dier lusteloos, krijgt koorts en wil niet meer eten en drinken. Heftig braken en waterdunne (soms bloederige) diarree, komen hierbij vaak voor. Zeker bij jonge kittens leidt dit al snel tot uitdroging en zeker 70-80% van de zieke dieren sterft binnen enkele dagen ondanks een reeds ingestelde behandeling. 

FeLV en FIP.
Enten tegen deze ziekten is mogelijk, maar wordt niet standaard gedaan. De effectiviteit ervan staat ter discussie. Vaccineren tegen FIP gebeurt middels de neusdruppelmethode. Voor meer informatie over FeLV en FIP zie de zogenaamde artikelen op deze site.

Rabiës (hondsdolheid).
Hondsdolheid is een ernstige, niet behandelbare ziekte, die behalve door honden ook door vossen en vleermuizen kan worden overgebracht. 
Deze ziekte is besmettelijk voor mens en dier. Besmette dieren moeten daarom ook, zoals wettelijk is vastgelegd, worden geëuthanaseerd en vernietigd. In Nederland is niet bekend dat deze ziekte momenteel nog voorkomt, in het buitenland komt hondsdolheid wel nog voor. Als u uw kat meeneemt naar het buitenland is een enting tegen hondsdolheid dan ook verplicht. Van deze enting moet u een officieel document laten zien. Op dit document staat de datum van enten (minimaal 30 dagen van te voren).

Titeren
Met een vaccinatie wordt een dier gestimuleerd om antistoffen te maken, die beschermen tegen een bepaalde ziekte. Bij een titerbepaling wordt de hoeveelheid antistoffen in het bloed gemeten, met een zogenaamde snaptest. Boven een bepaalde hoeveelheid antistoffen is er voldoende bescherming en is een volgende vaccinatie dus (nog) niet nodig. Titeren is inmiddels een betrouwbare meting voor niesziekte en kattenziekte en wordt ook steeds vaker geaccepteerd in kattenpensions, mits goed onderbouwd door een dierenarts. Een snaptest kan voor enkele ziekten ook aantonen of uw kat ooit in aanraking geweest is met die ziekte. De snaptest voor FIV en FeLV wordt regelmatig gebruikt door dierenartsen.

* Mocht u willen reageren op dit onderwerp, dan kan dat op het forum of de facebookpagina van Kattendomein.

* Dit artikel is bedoeld om informatie te geven, het vervangt niet het raadplegen van de dierenarts, neem altijd contact op met een dierenarts.

 

 

 

Contact

Uw vragen, tips en ervaringen delen met kattenliefhebbers :

 klik hier en bezoek
het forum.

Social media