Diabetes ( suikerziekte ) is een stofwisselingsziekte waarbij er sprake is van een tekort aan insuline. Door te eten en te drinken krijgt een kat koolhydraten ( glucose ) binnen. Het bloed vervoert die glucose vervolgens naar al de lichaamscellen en met behulp van de stof insuline kan de glucose de lichaamscellen binnendringen, zo krijgen de cellen de brandstof die ze nodig hebben. De stof insuline wordt gemaakt in de alvleesklier en is erg belangrijk, want zonder insuline komt de glucose de cellen niet in. De lichaamscellen krijgen dan niet de brandstof die ze nodig hebben en daardoor krijgt het lichaam te weinig energie.


Oorzaken
Diabetes kan veroorzaakt worden, doordat de insuline producerende cellen te weinig of helemaal geen insuline produceren, maar ook doordat de lichaamscellen niet of niet goed reageren op insuline. Bij 80-95% van de katten lijkt de diabetes overeen te komen met de humane diabetes type 2. Ook kan diabetes bij de kat ontstaan als bijwerking van bepaalde medicijnen;  de zogenaamde. corticosteroïden ( Moderin, Prednoral en Dexoral ) en de poezenpil. Verder hebben te dikke katten ook een verhoogde kans om diabetes te ontwikkelen, doordat de gevoeligheid voor insuline verminderd is. Net als bij mensen lijkt daarnaast ook bij katten een genetische aanleg voor diabetes een rol te spelen.

Verschijnselen
De typische verschijnselen van diabetes : katten gaan ontzettend veel drinken en grote plakkerige plassen produceren, dit komt omdat er via de nieren glucose gedumpt wordt in de urine en glucose veel vocht opneemt dat uitgeplast wordt. Diabetes katten hebben een enorme eetlust en nemen desondanks toch in gewicht af, dit komt omdat de brandstof de cellen niet bereikt. Omdat de brandstof ontbreekt, zijn de katten vaak ook lusteloos. Ook kan er diabetische neuropathie optreden, waarbij katten op hun hakken gaan lopen i.p.v. op hun tenen, lopen moeilijk gaat en pijnlijk is. Wanneer diabetes niet behandeld wordt, wordt de kat steeds zwakker, kan gaan overgeven en uitdrogen of in een diabetisch coma terecht komen en overlijden.

De diagnose
Bovenstaande verschijnselen worden zichtbaar, wanneer de concentratie glucose in het bloed de nierdrempel overschrijdt. De nieren gaan dan glucose lekken die vervolgens in de urine terecht komt. De nierdrempel verschilt bij elke kat iets, maar ligt gemiddeld rond de 12 mmol/l. Bij katten dient men altijd rekening te houden met een verhoogde bloedsuikerspiegel door stress. De glucosewaarde kan dan oplopen tot boven de 20 mmol/l, ook bij gezonde katten. Dit gebeurt vaak wanneer een dierenarts de glucosewaarde meet, de meeste katten hebben last van stress bij een dierenarts, zelfs als dit niet duidelijk zichtbaar is.
Om een juiste diagnose te kunnen stellen is het daarom belangrijk dat de fructosamine waarde gemeten wordt. Dit is een eiwit in het bloed dat suikers aan zich bindt en hiermee wordt de gemiddelde glucosewaarde over de laatste 2-3 weken weergegeven, bovendien is deze test niet beïnvloedbaar door stress. De meeste dierenartsen voeren deze test tegenwoordig standaard uit, wanneer een kat verdacht wordt van diabetes. Vraag om deze test als uw dierenarts deze test niet uitvoert, voordat u insuline gaat spuiten. Insuline kan namelijk dodelijk zijn als het onterecht wordt gegeven, of als er teveel gegeven wordt.

Behandeling
Bij katten is diabetes meestal succesvol te behandelen. Slechts een enkele keer lukt dat niet, omdat er sprake is van nog een andere ziekte waardoor een kat niet goed ingesteld kan worden. Omdat er een tekort is aan insuline, zal dit dagelijks op vaste tijdstippen aangevuld moeten worden door middel van onderhuidse injecties. Dit lijkt misschien eng, maar valt reuze mee ; de spuitjes hebben een naaldje dat maar heel dun en kort is, de kat voelt het prikje nauwelijks. De dosis insuline is voor elke kat verschillend en hangt voornamelijk af van het lichaamsgewicht, de hoeveelheid en soort voer, de lichaamsbeweging en de gevoeligheid voor insuline. Een enkele keer kan een kat genezen van diabetes, bijv. als de diabetes veroorzaakt wordt door het gebruik van corticosteroïden en daarmee gestopt kan worden. Naast het spuiten van insuline is het noodzakelijk om de bloedsuikerspiegel te meten en voer te geven met weinig koolhydraten. 
In Nederland worden 3 soorten insuline gebruikt voor katten : Caninsulin, Lantus en ProZinc. Lantus is een humane insuline die dierenartsen alleen maar zouden mogen voorschrijven als de andere soorten niet werken, maar wel hele goede resultaten geeft. De verschillende soorten insuline hebben een verschillende werking en daarom een verschillende aanpak nodig, hetgeen niet alle dierenartsen weten.   

Bloedsuikercontrole en insuline spuiten.
Bij gezonde katten varieert de bloedsuikerspiegel (bss)  tussen de 3 en 7 mmol. Door stress kan de bss oplopen tot boven de 20 mmol, Daarom is het thuis meten / controleren van de bss veel betrouwbaarder dan bij een dierenarts. Veel katten zijn toch gestrest, ook al is dit niet duidelijk zichtbaar, wanneer ze naar de dierenarts moeten. Uiteraard moet diabetes wel eerst door een fructosaminetest bij een dierenarts vastgesteld worden. Er zijn verschillende bloedsuikermetertjes te koop, die o.a. een verschillende grootte bloeddruppel nodig hebben. U kunt de bloedsuikerspiegel het beste testen door de kat in de oorschelp te prikken. Katten laten dit over het algemeen  goed toe, zeker als ze weten dat ze erna beloond worden. Geen enkele kat kan permanent op dezelfde dosis insuline blijven, dus regelmatig de bloedsuikerspiegel bepalen is noodzakelijk om te zien of de dosis bijgesteld moet worden. Bovendien lijken de verschijnselen van een hypo (te lage bloedsuikerspiegel) en een hyper (te hoge bloedsuikerspiegel) vaak erg op elkaar en door meteen te testen kun je in deze situaties ook op de juiste manier handelen. Veel eigenaren schrikken van de diagnose diabetes en vinden het insuline spuiten en het controleren van de bloedsuikerspiegel eng, moeilijk of de kat laat het niet toe. Met veel geduld en het juiste materiaal. gaat het een gemotiveerde eigenaar lukken. 

Als een kat eenmaal goed is ingesteld op insuline is de levensverwachting hetzelfde als van een gezonde kat. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat diabeten gevoeliger zijn voor infecties. Een infectie in het lichaam, bijv. een blaasontsteking of ontstekingen in de bek,  zorgen er ook voor dat insuline minder goed werkt. Katten met diabetes hebben vooral regelmaat nodig, verzorgers dienen hun sociale leven enigszins aan te passen maar daar staat tegenover dat je je kat enorm ziet opknappen en de band met je dier alleen maar hechter wordt.

* Mocht u willen reageren op dit onderwerp, dan kan dat op het forum of de facebookpagina van Kattendomein. 

* Dit artikel is bedoeld om informatie te geven, het vervangt niet de dierenarts, neem altijd contact op met een dierenarts.

 

Contact

Uw vragen, tips en ervaringen delen met kattenliefhebbers :

 klik hier en bezoek
het forum.

Social media