Herkomst:
In Thailand (het vroegere Siam) kwamen in de 14e eeuw al Siamezen voor. Eind 19e eeuw hebben Britten voor het eerst deze katten meegenomen naar Europa. Vervolgens werden rond 1950 Siamezen met o.a. huiskatten en Abessijnen gekruist en hieruit ontstond een nieuw ras: de Oosters Korthaar. Rond diezelfde tijd werden er in de Verenigde Staten in een nestje Siamezen kittens met langer haar geboren. Ze werden aanvankelijk langharige Siamees genoemd  maar later is de naam veranderd in Balinees. De Balinees is steeds bekender en populairder geworden.

Uiterlijk:
De Balinees, die altijd blauwe ogen heeft, komt in alle mogelijke kleuren voor. Hoewel ze er oorspronkelijk alleen in de klassieke kleuren Seal-, Blue-, Chocolate-, en Lilacpoint waren, hebben de fokkers hun best gedaan ze ook in een andere tekening en kleur te fokken. Alle kleuren waarin de Siamees bestaat zijn nu ook bij de Balinees te vinden. Het resultaat daarvan is dat er voor elke smaak wel een kleur te vinden is. Ook van de Balinees zijn de extremiteiten (oren, gezicht, poten en staart) donkerder gekleurd als de rest van het lichaam. Onder invloed van een koude omgevingstemperatuur, verwondingen en weersinvloeden kunnen de kleuren in de vacht in de loop der jaren wat donkerder worden. Op shows geeft men altijd de voorkeur aan Balinezen met een zo zuiver mogelijke kleur, liefst zonder schaduwen of donkere verkleuringen op het lichaam. Er zijn veel verschillende kleuren en patronen erkend en bekend.
De Balinees heeft dezelfde bouw als de Siamees. Het gespierde lichaam behoort lang en slank te zijn en mag nergens grofheid vertonen. De achterhand staat hoger als de voorhand en de poten zijn slank en lang, met ovaalvormige voetjes. De staart is lang en dun en mag geen knikken of andere afwijkingen vertonen. De kop is wigvormig en vormt van voren gezien samen met de grote, schuin geplaatste oren een perfecte driehoek. De kin is stevig, een zwakke maar terugvallende kin wordt op tentoonstellingen als grove fout beschouwd. De neusrug vertoont geen stop, maar gaat vloeiend over in het voorhoofd. De ogen van de Balinees zijn amandelvormig, schuin in de kop geplaatst; ze zijn bij voorkeur zo zuiver mogelijk van kleur. Op tentoonstellingen geeft men de voorkeur aan Balinezen met donkerblauwe ogen. De halflangharige vacht van de Balinees voelt zijdezacht en fijn aan en moet vlak tegen de huid aan liggen. De Balinees heeft weinig of geen ondervacht. Onder geen beding mag de vacht uitstaan, grof van structuur zijn, of teveel ondervacht tonen. De beharing op de staart is lang, zijdeachtig en niet te dik van structuur.

Karakter:
Het karakter van de Balinees is vergelijkbaar met dat van de Siamees. Van beide rassen zijn de katten intelligent en levendig met een sterk eigen karakter. Balinezen zijn erg speels en blijven dat tot op hoge leeftijd. Ze kunnen zich dagenlang vermaken met allerlei kattenspeeltjes en ook de krabpaal wordt goed benut. Ze zijn zeer gesteld op menselijk gezelschap en kunnen moeilijk tegen alleen zijn. Als je veel van huis bent kun je beter een speelkameraad voor je Balinees aanschaffen. De meeste Balinezen kunnen het heel goed met hun soortgenoten vinden en in tegenstelling tot de meeste andere rassen lijkt de Balinees niet veel behoefte aan privacy te hebben.
Wanneer je meerdere Balinezen samen houdt met gelijk gestemde oosterse rassen zul je merken dat de katten graag in een kluwen tegen elkaar aan slapen. Omdat Balinezen net als Siamezen dol zijn op aandacht, kunnen ze zich nog wel eens tot vervelens toe aan hun soortgenoten opdringen. Dit gebeurt meestal op de momenten dat het de ander niet goed uitkomt. Liefhebbers van dit ras vertellen wel eens dat hun kat voor 2 of 3 telt. En iedereen die een Balinees of ander oosters ras in huis heeft gehad kan dat beamen. Als deze katten te weinig aandacht krijgen dan zullen zij die zeker gaan opeisen door luid te gaan brullen of op een andere wijze hun ongenoegen te uiten. Balinezen zijn zeer spraakzaam: ze laten hun rauwige stemgeluid graag horen en kunnen urenlang met de mens communiceren. Omdat de Balinees zo op mensen gericht is, kan je hen ook snel kunstjes leren. Bijv: propjes apporteren. De meeste wennen opvallend goed aan lopen in een tuigje.

Verzorging:
De Balinees heeft geen wollige ondervacht zoals vele halflangharige rassen, dus is de vacht gemakkelijk in onderhoud. Je kunt de vacht één keer per week kammen of met een fijne zachte borstel doorborstelen. In de ruiperiode kan je een rubberen borstel met rubberen pinnetjes gebruiken om de dode losse haren er  tussenuit  te halen. Maar wees voorzichtig ,je kunt de zachte fijne vacht gemakkelijk beschadigen.

Contact

Uw vragen, tips en ervaringen delen met kattenliefhebbers :

 klik hier en bezoek
het forum.

Social media