Herkomst:
In 1967 komt de Abessijnen fokster Evelyn Mague een volwassen kater in een dierenasiel tegen. De kat zag eruit als een langharige Abessijn en werd George genoemd. Evelyn Mague ging op zoek naar de herkomst van George. Tot grote verrassing bleken beide ouders van George uit haar eigen cattery te komen. Uit deze combinatie fokt ze nog zes langharige kittens en ze geeft deze halflangharen de naam Somali om de verwantschap met de Abessijn aan te duiden. Blijft de vraag hoe het kan dat er opeens een langharige Abessijn opduikt. Rond de eeuwwisseling is er met meerdere rassen geëxperimenteerd. Ook de Abessijn is hier niet onderuit gekomen. Men heeft de Abessijn gekruist met o.a. de Perzische langharen en de Angora's.  De eigenschap voor lang haar is recessief, die voor kort haar is dominant. Als twee Abessijnen, die het langhaar-gen verborgen dragen, met elkaar gekruist worden kan er dus een Abessijn met lange haren uit komen. In 1979 worden de eerste Somali poezen naar Nederland gehaald.

Uiterlijk:
Kort en krachtig gezegd is de Somali een Abessijn in een halflanghaar jasje. Vanwege zijn prachtige volle staart wordt hij vaak vergeleken met een vos. De staart is dan ook het sieraad van dit ras. Een volle kraag en broek maken het plaatje compleet. Het is een slanke, stevig gebouwde, doch elegante kat met een brede, wigvormige kop. Heldere, alerte ogen geven hem een intelligente, maar ook eigenwijze uitdrukking. In verhouding met de kop heeft de Somali grote oren, bij voorkeur met pluimpjes op de punten. Vanaf de achterkant van de kop, over de rug tot het punt van de staart loopt bij voorkeur een streep in de genetische kleur (zwart bij de wildkleur), ook wel de aalstreep genoemd. Op het onderste gedeelte van de achterkant van de achterpoten zou ook een streep moeten lopen, waardoor men de indruk krijgt dat de Somali sokken aan heeft. Dit worden 'laarsjes' genoemd. Helaas gebeurt het steeds vaker dat dit ras deze laarsjes mist. De vacht wordt verder gekenmerkt door ticking, elke haar heeft, afgezien van de kin, keel, buikzijde en de punt van de staart, een donkere punt en een of twee ringen in dezelfde kleur. Door de langere vacht kan het soms gebeuren dat de ticking wat rommelig overkomt.

Bij de geboorte van een Somali-kitten is de ticking nog niet aanwezig en ook de oogkleur moet nog ontwikkelen. De Somali ontwikkelt zich iets langzamer dan de Abessijn, maar op de leeftijd van anderhalfjaar is bij de meeste katten de ticking en vachtkleur volledig ontwikkeld. De kleur van de ogen varieert van groen, amber tot hazelnootbruin. Niet alle Somali's ontwikkelen een volle kraag en broek, hoewel het na de castratie wel eens wil gebeuren dat de kat deze alsnog krijgt. De vachtlengte kan variëren en ook het aantal ringen op de getickte haren. Minimaal moeten er vier bandjes op de haren zitten, maar het komt nog regelmatig voor dat dit er meer zijn.

Net als bij de Abessijn is ook de Somali in verschillende kleurvariëteiten te bewonderen. De basiskleur is wildkleur. Hiervan afgeleid zijn de kleuren sorrel en blauw. De fawn ligt een beetje tussen de sorrel en het blauw in en de lilac geeft de impressie van lichtblauw. Daarnaast bestaat er nog de genetische rode en crème Somali en de torties. Al deze kleuren zijn ook in combinatie met zilver. Zijn er bij de Abessijn nauwelijks zilver te vinden, bij de Somali is deze afdeling sterk vertegenwoordigd.

Karakter:
De Somali is een trotse, levendige kat die qua karakter overeenkomt met de Abessijn. Actief tot op hoge leeftijd en erg betrokken bij de leden van het gezin en hun bezigheden. Er wordt wel eens gezegd dat de Somali iets rustiger van aard is dan de Abessijn en dat dit te maken zou hebben met het halflanghaar-gen. De speelsheid maakt dat hij altijd in is voor een spelletje. Ook als zijn mensen het te druk hebben met andere zaken, zal hij proberen zijn eigenaren tot een spelletje te verleiden en van snel opgeven heeft hij nog nooit gehoord. Dit alles gebeurt op een leuke en ondeugende manier. Als het tijd is voor rust zoekt de Somali een schoot uit, deelt zijn kopjes uit en gaat heerlijk liggen spinnen. Met zijn zwoele blik is het een echte hartenbreker. Het is een gevoelige kat die uitstekend stemmingen aan kan voelen.

Verzorging:
Een speciaal punt van aandacht bij de Somali is de prachtige halflange vacht, Deze is zijdezacht, fijn en dicht ingeplant. Onder normale omstandigheden (niet in de rui en in goede conditie) volstaat een wekelijkse kambeurt om de losse haren te verwijderen. Klitten doet de vacht doorgaans niet. Toch kan het een enkele keer voorkomen dat er in de 'broek' (beharing op de achterpoten) of de staart een klit zit. Deze kan met een speciale kattenkam vaak gemakkelijk verwijderd of ontklit worden. Te veel en te vaak met ijver kammen kan ervoor zorgen dat er weinig van de prachtige vossenstaart overblijft. Eten is een favoriete bezigheid van de Somali en vooral na de castratie moet er op het gewicht gelet worden.

Gezondheid:
De meeste Somali’s zijn gezonde, sterke dieren. Het ras wordt gemiddeld ongeveer 12 tot 15 jaar oud. Omdat er wel een aantal erfelijke problemen kunnen voorkomen, verdient het de aanbeveling enkel een kitten aan te schaffen bij een serieuze fokker die zijn fokdieren hierop preventief heeft laten onderzoeken. Het gaat hier onder meer om Progressieve retina atrofie (PRA, een erfelijke aandoening die uiteindelijk tot blindheid leidt), amyloïdose (een op termijn dodelijke eiwitafzetting op vitale organen), een Pyruvaat kinase deficiëntie (PKDef) waarop via een DNA getest kan worden en patella luxatie (PL, loszittende knieschijven). Een serieuze fokker verkoopt enkel kittens uit ouderdieren die preventief getest zijn op bovengenoemde erfelijke aandoeningen. Er komt erfelijke nachtblindheid voor bij dit ras.

Contact

Uw vragen, tips en ervaringen delen met kattenliefhebbers :

 klik hier en bezoek
het forum.

Social media